Ontstaansgeschiedenis van de Troon

"We schenken de mensen goedheid, geborgenheid en zekerheid" (Zuster Aleydis)

Al vaker werden er plannen gemaakt om de oprichting van het tehuis de Troon en de bijzondere rol die Zuster Aleydis hierin vervulde neer te schrijven. Het verhaal en (vooral) de belangrijke rol van Zuster Aleydis hierin zijn zo mooi dat deze niet verloren mogen gaan. Dit is een eerste aanzet met wat we zelf wisten of konden terugvinden en achterhalen. Het is zeker niet volledig en misschien is het hier of daar zelf niet correct! Vandaar onze oproep om op- en aanmerkingen, correcties, verduidelijkingen, duidingen zeker te melden.

De 'geschiedenis' van de Troon eindigt niet bij het verhuizen naar Vorselaar of het sterven van Zuster Aleydis. Ook de verdere geschiedenis van GVT De Troon willen we nog uitschrijven. Ook informatie, foto's, documenten van na deze periode zijn dus heel welkom.

Zuster Aleydis is geboren in Kessenich op 17 januari 1925 als Alice Warson. Kessenich, een typisch Maasdorp in Belgisch Limburg op de grens met Nederland, is het oudste dorp van de vier deelgemeenten van het huidige Kinrooi.

zuster

Alice Warson behaalde op 31 juli 1944 het diploma 'Lagere Onderwijzeres' aan de Erkende Normaalschool voor Onderwijzeressen te Borgloon. Vanaf 1/12/1944 tot 30/9/1951 gaf ze les aan de vrije Meisjesschool te Eisden Tuinwijk.
Ze werd CisterciŽnserin in de abdij 'Onze Lieve Vrouw van Nazereth' te Brecht. De Zusters waren pas verhuisd van Lier naar het nieuwgebouwde klooster dat voor hen in Brecht werd gebouwd. Zuster Aleydis geraakte er geboeid door de mysticus Ruusbroec.
Na enkele omzwervingen en een verblijf in een klooster in het zuiden van Frankrijk (omwille van reuma), een verblijf in een kleine woning in Leuven om een (gehandicapte?) broer te verzorgen... is ze uiteindelijk in de buurt van de ruÔne van 'Onze lieve Vrouw ten Troon' terecht gekomen. Allicht was hierin Ruusbroec een verbindende factor. Geleid door de geschriften van de grote mysticus Ruusbroec, wou Zuster Aleydis de schatten van het geestelijk leven meedelen aan allen die ervoor open stonden. Stap voor stap heeft God haar geleid en haar een nieuwe taak opgedragen: het stichten van een gezinsvervangend tehuis voor alleenstaande vrouwen.
Ook al leek het er op dat de medezusters in het klooster 'Onze Lieve Vrouw van Nazareth' te Brecht, haar bedoelingen niet helemaal begrepen, toch heeft ze de band met dit klooster nooit verbroken. Ze is tot het eind van haar leven CisterciŽnserin gebleven.

Jan Van Ruusbroec (1293-1381) geldt als een van de grootste mystici van de zuidelijke Nederlanden. Hij schreef in het Middelnederlands. Maar zijn werken werden ook vertaald in het Latijn. Op elfjarige leeftijd werd Jan Van Ruusbroec toevertrouwd aan zijn oom en priester Jan Hinckaert, kapelaan van de St. Goedele kathedraal in Brussel (de huidige St Michielskathedraal). Na een opleiding van 4 jaren aan de Brusselse kapittelschool werd hij in 1317 tot priester gewijd. Gedurende 25 jaar bekleedde hij de functie van kapelaan in de kathedraal. In die jaren beleefde Jan Van Ruusbroec topmomenten van mystieke ervaring. Hij schreef dit neer in 5 boeken (ondermeer zijn 'meesterwerk': 'die gheestelike brulocht'). Het jaar 1343 nam het leven van Ruusbroec een belangrijke wending: samen met zijn oom en een ander inwonende priester, Vrank Van Coudenbergh, verliet hij de stad voor het ZoniŽnwoud. Zij ruilden het drukke Brussel voor een plaats waar zij voor God konden leven in een geestelijk geschikt klimaat. Zij vestigden zich in Groenendaal in het vroegere verblijf van een kluizenaar. Van de bisschop kregen ze toelating om een tijdje in eenzaamheid te gaan leven. Ze zochten geen klooster op omdat Ruusbroec veel kritiek had op de geestelijke situatie in de meeste kloosters: "alle orden en religieuze gemeenschappen werden ontrouw aan hun oorsprong en ze werden aan de wereld gelijk. Behalve dan de religieuzen die niet buiten hun klooster komen: de kartuizers en al de vrouwen die in slotkloosters leven". Aanvankelijk leefden zij zonder regel en zonder overste. In 1350 werd er dan toch een gemeenschap gesticht: een klooster van reguliere kanunniken (Augustijnen). Deels onder druk van de bisschop en de publieke opinie die de merkwaardige groep "kluizenaars in gemeenschap" moeilijk konden plaatsen, deels om hun werk levendig te houden na hun dood.
De vele bewonderaars van Ruusbroec zullen later vaak zijn sterk bezielend werk toeschrijven aan een Goddelijke tussenkomst. Ook Ruusbroec beklemtoonde dit. Gedurende de jaren in Groenendaal trok Ruusbroec zich vaak terug in de bossen. Hij nam wastafeltjes mee om te noteren wat hem werd ingefluisterd door de heilige Geest. Aan zijn lessenaar goot hij dan de inspiratie uit het woud, neergeschreven op de wastafels, in een definitieve vorm.
In de gemeenschap van Groenendaal heeft Ruusbroec een onvergetelijke indruk nagelaten. Hij was geen overste van het klooster en in geleerdheid moest hij duidelijk onderdoen voor magister Vrank. En toch werd hij de centrale figuur van de nieuwe stichting. Alle tijdgenoten hebben daarvoor ťťn en dezelfde verklaring: hij ervoer op een uitzonderlijke manier Gods tegenwoordigheid. En hij was in staat om zijn kennis van het goddelijke mysterie aan anderen mede te delen. Deze uitzonderlijke mystieke roeping werd door zijn directe omgeving algemeen erkend en gerespecteerd.
In de stilte van het ZoniŽnwoud breidt hij zijn oeuvre uit met zes traktaten en enkele brieven. In al zijn boeken komt steeds ťťn en dezelfde grondgedachte terug: de liefdesontmoeting tussen God en de mens in dit leven. Hij beschrijft Gods liefdesinitiatief en de gevolgen van het menselijk antwoord hierop. Het resultaat van deze gerichtheid op God is een goddelijke omhelzing die tot stand komt in levensgemeenschap met Christus en die de ziel opneemt in Gods liefdesleven. Hier gaat de hemel open voor de ziel: dankzij Gods genade voelt zij niet alleen dat en hoe God liefde is, zij wordt ook gewaar dat ze ťťn is met het Beeld waartoe ze is geschapen. De innerlijke gewaarwording van eenheid moet men echter niet op zijnsniveau verstaan. Ruusbroec heeft het over een "eenheid in liefde"; de mens blijft mens en wordt niet God. Dat alle werken n varianten zijn op deze fundamentele intuÔtie doet vermoeden dat Ruusbroec van bij de aanvang uit een persoonlijke beleving schrijft.
Zijn invloed verspreidde zich snel over Europa, talrijke machtige en edele personen kwamen hem in Groenendaal opzoeken, klerken zowel als meesters en doctors in de theologie. Kort na zijn dood kreeg hij de bijnaam 'admirabilis' ('de wonderbare'), en wordt momenteel terecht tot ťťn van de grootste mystici uit de wereldliteratuur gerekend. Paus Pius X verklaarde Jan Van Ruusbroec in 1909 zalig.

In 1976 vroeg 'Open Thuis', een plaatsingdienst voor mindervaliden, aan Zuster Aleydis of zij enkele mindervaliden, die dan de psychiatrie mochten verlaten, wilde opnemen. Dank zij een gift kon Zuster Aleydis vanaf 1 oktober 1976 in Grobbendonk het vroegere weeshuis huren (Schransstraat 51).


Op 2 december 1976 betrok Zuster Aleydis deze woning. De eerste gift volstond om er de eerste maanden huur in de Schransstraat mee te betalen. Van meet af aan vond ze medestanders: spontaan kwamen mensen lakens, dekens, eetgerief enz. brengen. Iemand bracht dagelijks groenten, eieren en vlees. Zo konden er eerst twee, daarna drie, en vervolgens nog drie mindervaliden worden opgenomen. Stilaan evolueerde dit naar een gewone gezinssituatie. Daarom werd besloten een vereniging zonder winstgevend doel op te richten. Deze vzw ("de Troon") is gesticht op 16 juni 1978.
Zuster Aleydis koos ervoor om in de Troon opvang en begeleiding te bieden aan vrouwen die jarenlang onterecht in een psychiatrische instelling verbleven. Een van de eerste bewoners had een verblijf van 20 jaar in de psychiatrie achter de rug. Later zouden er nog bewoners volgen die dertig jaar of zelfs meer in de psychiatrie verbleven (iemand verbleef zelf 41 jaar in de psychiatrie alvorens naar de Troon te komen).

Op het grondgebied van Grobbendonk bevinden zich de overblijvende gebouwen en de ruÔnes van de kerk van het voormalige Windesheimerklooster "Onze Lieve Vrouw ten troon", in de volksmond den Throon genoemd. In 1387 stichtte Florens Radewijns, Windesheim (bij Zwolle, Nederland). Van daaruit kwamen nieuwe stichtingen tot stand. In de congregatie van Windesheim liet men zich door de traditie van Groenendaal (en dus van Ruusbroec) inspireren.
De priorij Onze-Lieve-Vrouw werd opgericht in 1414 door ridder Arnold van Crayenhem, heer van Grobbendonk op de plaats die toen Hulsdonk heette, langs de oude weg van Grobbendonk naar Herentals.



Het werd een modelklooster van Kanunniken van de orde van Windesheim. Het is een van de Augustijnermonnikenvestigingen in de Antwerpse Kempen. Ridder Aert Van Crayenhem, heer van Grobbendonk, lag mee aan de grondslag door schenking van goederen. Ook de priorij van Corsendonck speelde een rol bij de stichting. Op 24 december 1414 nam Hendrik van Zelle, subprior te Corsendonk, de leiding over het nieuwe klooster. Op tweede kerstdag 1414 werd de akte genoteerd. De eerste kerk was voltooid in de herfst van 1418 en werd ingewijd op 31 oktober 1418. Op 25 maart legden de eerste monniken de plechtige geloften af. De priorij kende eerst een grote bloei van 1483 tot 1513. De stichting nam een hoogstaande geestelijke en ambachtelijke vlucht. De priorij 'onze lieve vrouwe ten troon' werd een oord van godsvrucht, van theologische studiŽn en kunst (verluchting van liturgische en andere boeken). Dichters, schilders en godsdienstschrijvers maakten er naam. Ook de beroemde kunstsmid en schilder Quinten Matsys, wiens ouders in Grobbendonk op de "Eikenschrans" woonden, zou volgens de overleveringen de grondbeginselen van zijn technieken geleerd hebben op den Troon. Even is er zelfs sprake van een 'vrouwengodshuis', terwijl ook het uitdelen van aalmoezen aan de poort een gebruik was. In het midden van de 15e eeuw werden de slotregels verzacht. Dan zou er een minder gunstige periode aanbreken. Vanaf 1513 tot 1576 kon men moeilijk anders dan spreken van een crisisperiode.
De beeldstormerij van 1566 schijnt de Troon niet te hebben bezocht.


Het was 2 mei 1572, toen een groep Hollandse geuzen het klooster en de kerk in brand stak. Dat was slechts een begin. De algehele plundering, verwoesting en verbranding volgde in 1579. Ondanks vele pogingen door de geestelijke overheid en wereldlijke gezagsdragers, zou die priorij niet meer hersteld geraken. De refter en bijgebouwen werden een hoeve. De verpuinde kerk werd een schuur. Het kloostergoed werd in 1798 aangeslagen door de Fransen en zij verkochten het als nationaal domein. Door latere verkopen geraakte het versnipperd. In 1898 maakte een brand de ruÔne tot wat ze nu is. Zo goed als niets is van het convent overgebleven. De begrenzing van de kapel, een hoge muur, staat nog overeind. In de muur zijn nog duidelijk de nissen te zien. In de nis waarin men vroeger het H. Sakrament bewaarde, staat thans een Mariabeeldje dat gebeiteld werd naar het oude zegel van de priorij (in de kapel van olv ten troon op het Sassenhout staat een kopie hiervan).
Een origineel klokje werd in 1572 of 1579 (naargelang de bron) geroofd door de geuzen, via via kwam dit in Schotland terecht in een klein dorpje, Kettins, ongeveer 85 km ten noorden van Edinburgh (een dorpje met 180 inwoners)
In de huidige kapel van het klooster (sassenhout 41) hangt een mooie replica van het klokje.
In 1937 werd op vraag van kanunnik Floris Prims in de midden-nis binnen de kerkruimte, daar waar eens het altaar moet gestaan hebben, een fresco aangebracht. Het werk werd uitgevoerd door RafaŽla van den Brande die in het begijnhof in Lier woonde. Het is 2,30 m hoog en 1,80 m breed. Ook thans zijn er nog sporen van terug te vinden. Het werk stelt de gekruisigde Christus voor, met twee knielende figuren: Elckerlyc, de man en Femina, de vrouw. Een ingevlochten tekst zegt: " Komt tot mij, Elcerlyc, man ende vrouw. Eens verheven zal ik Elcerlyk tot mij trekken"

Zuster Aleydis was de stichteres van zowel het gezinsvervangend tehuis 'De Troon' als van 'Onze-Lieve-Vrouw-Ten Troon'.
Op 16 juni 1978 werd de vzw 'de Troon' opgericht met als doel: " de opvang, de begeleiding en de reÔntegratie van mensen die hulp of een beschermend leefmilieu nodig hebben. Zij mag eveneens alle activiteiten ondernemen die dit doel kunnen bevorderen zoals contactdagen, seminaries enz.. Dit doel zal verwezenlijkt worden vanuit een contemplatieve kern" (artikel 2 van de statuten). (gepubliceerd in het staatsblad van 7 september 1978).
De contemplatieve kern bestaat uit zusters die hun wortels hebben in de CisterciŽnzers traditie en in de grootmeester van de spiritualiteit in onze lage landen ( Ruusbroec). Zij willen vanuit hun leven van gebed, gastvrij zijn voor de minstbedeelden ook met geestelijke noden. Het zijn contemplatieve zusters die gestalte geven aan de Goddelijke Liefde. Echt kloosterleven is gebaseerd op de Liefde, Het is Gods liefde in mensengestalte en mensenmaat.

"Elk monnikenleven moet gebaseerd zijn op 't evangelie
en in 't christendom moet Christus er centraal in staan
de leefwijze van de monnik is niet gebaseerd op ascese
maar op de liefde, de liefde van Christus voor zijn Vader.
voor de kerk, de hele mensheid, de hele schepping"
(Zuster Aleydis)

De oprichters van de vzw de Troon waren:
• De heer Remy Haeverans, dokter,
• Pater Paul Mommaers, S.J., professor te Antwerpen, een eminent Ruusbroec-kenner
• Mevrouw Johanna Post (Zuster Christella) verpleegkundige in Amsterdam.
• Mevrouw Julia De Winter, regentes, weduwe van de Heer Van Gool (Bevel) (penningmeester)
• Eerwaarde zuster Alice Warson (Zuster Aleydis) (voorzitter)
• De heer Etienne Warson, kinesitherapeut te Dilsen (secretaris)

Op 19 maart 1981 werd ten kantore van de Heer Notaris G. Goossens de stichtingsvergadering gehouden van de vzw Onze Lieve Vrouw van de Troon. De stichtende leden waren:
• Dom Guido Antoine Becker, abt, wonende te Aubel in de abdij van Val Dieu (voorzitter)
• Dom Franciscus Antoine Wassenberg, abt, wonende te Bornem in de Sint-Bernardusabdij
• Eerwaarde Heer Johannes Hopstaken, religieus van de abdij MariŽnkroon, wonende te Nieuwkuyk, Nederland
• Barones Marie-JosŤphe van der Straten-Waillet,
• Eerwaarde Zuster Alice Warson (Zuster Aleydis), CisterciŽnserin (penningmeester)
• Eerwaarde Zuster Josephine De Winter (Zuster Hilde), CisterciŽnserin (secretaris).

Voor Zuster Aleydis waren beide initiatieven onlosmakelijk verbonden. Ze wilde het monnikenleven op een nieuwe manier beleven. Voor haar waren er meerdere vormen van beleving mogelijk, zowel deze van de kluizenaar als deze van in gemeenschap levende monniken. Het gebed probeerde Zuster Aleydis concreet te beleven in de zorg voor 12 mindervaliden. In haar visie is de leefwijze van de monnik niet gebaseerd op ascese, maar op de Liefde nl. de Liefde van Christus voor zijn Vader, voor de kerk, voor de hele mensheid en de ganse schepping. 'Echt kloosterleven is gebaseerd op de Liefde. Het is Gods liefde in mensen en op mensenmaat.' zijn uitspraken van Zuster Aleydis. De Liefde is het centrale punt waar alles om geordend is.
Alvorens de vzw werd opgericht en de aanvraag voor subsidiŽring werd gedaan had Zuster Aleydis menig persoon aangesproken om haar goede zaak te ondersteunen. Dit resulteerde ondermeer in een brief van Zuster Aleydis aan de toenmalige minister (26 juni 1978):
"Om tegemoet te komen aan de grote nood, waarin zovele mensen zich bevinden die niet in staat zijn alleen voor zichzelf te zorgen en verplicht zijn hun leven door te brengen in 'n psychiatrische inrichting, werd te Grobbendonk een huis geopend waarin mentaal gehandicapten (volwassen vrouwen) kunnen leven in een familiale sfeer en hulp wordt geboden aan mensen in nood.
De hiertoe opgerichte v.z.w. De Troon, te Grobbendonk heeft als doel: " de opvang, de begeleiding en de reÔntegratie van mensen die hulp of een beschermend leefmilieu mochten nodig hebben. Zij mag eveneens alle activiteiten ondernemen die dit doel kunnen bevorderen zoals contactdagen, seminaries enz. Dit doel zal verwezenlijkt worden vanuit een contemplatieve kern.
Er wordt de plaatsing beoogd van 10 mentaal gehandicapten (volwassen vrouwen) die overdag werken in de beschermde werkplaats (Zuidkempische Werkplaatsen te Herentals). De meesten komen uit de kliniek Salve Mater te Lovenjoel en worden na een jarenlang verblijf in die psychiatrische instelling weer gereÔntegreerd in onze maatschappij.
Om de nodige verzorging te verlenen en het geluk van deze mensen mogelijk te maken hopen we van U, mijnheer de Minister, de staatserkenning te verkrijgen en 'n tegemoetkoming voor onze werkingskosten die tot nu gratis werden verricht."
Ook met de jonge volksvertegenwoordiger Wivina De Meyer-De Meester uit Zoersel had Zuster Aleydis geregelde contacten. Mevrouw De Meester-De Meyer drong nog herhaalde keren aan bij staatssecretaris De Wulf (sociale zaken) en Luc Dhoore (minister van volksgezondheid en gezin). (Uit de brief van mevr De Meester dd 12.9.1978: " dit tehuis functioneert al gedurende twee jaar met 6 volwassen mentaal gehandicapte vrouwen en zou kunnen uitbreiden tot 10. Gezien de tendens om steeds kleinere gedecentraliseerde huizen voor volwassenen te vormen zou ik het bijzonder op prijs stellen mocht U uw administratie aanzetten om een dergelijk tehuis te erkennen").
Op 14 juni 1979 kreeg De Troon een erkenning als tehuis. De erkenning, met terugwerkende kracht, ging vanaf 1 juli 1978 in:
"Het tehuis de Troon, Schransstraat 51 te 2280 Grobbendonk, wordt erkend met ingang van 1 juli 1978 tot 31 december 1980 onder het stelsel van het tehuis voor het opnemen ten laste van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, van 10 volwassen gehandicapte vrouwen. (14 juni 1979)"
Voor Zuster Aleydis was het goed zorgen voor de bewoners van haar tehuis haar eerste zorg. Helpen wie in nood is en dit steeds zo goed mogelijk doen, ook al zijn de middelen hiertoe te beperkt. Het typeert haar helemaal. Nadat ze jaren moest ijveren en lobbyen voor de erkenning moest ze dit nu weer doen om aan de nodige geldelijke middelen te geraken. Ze bleef doorgaan met af en toe naar Brussel te trekken om daar op het bureel van de verantwoordelijken persoonlijk voor haar initiatief te gaan pleiten.
De vrouwen die Zuster Aleydis bij haar in huis nam kwamen aanvankelijk allen uit de psychiatrie van Lovenjoel, Duffel of Sint Antonius-Brecht. Dr. Remy Haeverans had aanvankelijk zijn handen vol met de afbouw van de medicatie. Hij was er fier op dat deze algauw grotendeels afgebouwd kon worden. Met het verdwijnen van de angst en de terugkeer naar een thuis wisten de gasten van het home zich zonder geneesmiddelen in de maatschappij te integreren. In de persconferentie die Zuster Aleydis samen met Dr. Remy Haeverans organiseerde om fondsen te verzamelen om haar tehuis af te werken (24/11/1990) liet ze hem getuigen hoe de mensen die in de Troon woonden en daarvoor jarenlang (20 jaar of meer) in de klassieke psychiatrie 'vastzaten' echt meer mens geworden waren. "Zij zaten volledig onder de pillen als ze uit de instellingen kwamen, en we bouwden de medicatie zoveel mogelijk af " citeerde een journalist Dr. Haeverans.
Vanuit Grobbendonk vertrokken de twaalf bewoners dagelijks per lijnbus naar de Zuidkempische Werkplaatsen in Herentals. Zuster Aleydis bleef niet alleen achter in huis. Zij trok zich heel vaak terug in een klein huisje vlakbij de ruÔne van Onze-Lieve-Vrouw-ten Troon om er in navolging van ondermeer Ruusbroec te mediteren. Tegen dat de bewoners van hun dagtaak in de beschermde werkplaats terug kwamen was ook Zuster Aleydis er terug.
Ieder op hun eigen niveau hielpen de bewoners haar in het huishouden en leerden ze een hobby. In Grobbendonk werden ze graag geziene dorpsbewoners. Ondanks hun grotere zelfstandigheid bleven deze mensen echter behoefte hebben aan een beschermend leefmilieu. Aan deze nood wilde Zuster Aleydis blijvend tegemoet komen.

In 1979 schonk Jonkvrouw barones M.-J. van der Straeten-Waillet uit Westmalle Zuster Aleydis op het Sassenhout in Vorselaar een terrein met een oude boerderij.


De gemeenschap 'O.L.Vrouw Ten Troon' restaureerde eigenhandig de boerderij tot woonhuis en klooster en maakte van de schuur een prachtige kapel. Hierbij werd ook een beroep gedaan op enthousiaste vrijwilligers (buren van het Sassenhout, leerlingen van het Sint- Dimphnalyceum van Geel, jongeren van de bouworde).
De gemeenschap Onze Lieve Vrouw ten Troon nam zijn intrek in het klooster. In een beurtrol reden de zusters dagelijks naar Grobbendonk voor de opvang van de bewoners. Zuster Bernadette vertelt nu nog hoe de bewoners steeds uitzagen naar de dagen dat Zuster Aleydis 'dienst' had in Grobbendonk.
Zuster Aleydis kon als geen andere mensen begeesteren en bezielen. Zo waren van meet af aan Jan en Bertha Tormans niet alleen enthousiaste buren maar ook heel actieve medewerkers van Zuster Aleydis in 'de Troon'. Niet alleen in Vorselaar waren ze voor Zuster Aleydis onmisbaar, beiden reden ook heel vaak naar Grobbendonk op bezoek bij de bewoners!
In 1987 smeedde Zuster Aleydis al de eerste plannen voor een tehuis. In Grobbendonk voldeed het huis niet meer aan de vastgestelde normen. Door hun verblijf in het tehuis waren de voorheen psychiatrische patiŽnten gegroeid tot grotere zelfstandigheid, zodat hun leefsituatie moest aangepast worden. Toch duurde het nog tot 1990 vooraleer er naast de gerestaureerde tot klooster omgebouwde hoeve de eerste steen voor de nieuwbouw gelegd werd en het duurde tot 1992 voor het tehuis af was (tussendoor moest er af en toe op budgetten gewacht worden).
Weerom lukte Zuster Aleydis erin alles en iedereen te mobiliseren om dit project tot een goed einde te brengen. Meest typerend voor haar was dat het tehuis helemaal naar haar inzichten gebouwd diende te worden. Ze liet geen inspanning ongemoeid om alles en iedereen hiervoor te mobiliseren.


Helemaal in de lijn van haar voorbeeld Ruusbroec, zocht Zuster Aleydis eerder de stilte en de eenzaamheid op. Zij hoefde helemaal niet in de belangstelling te staan, integendeel. Eťn maal kon het niet anders, om het project te kunnen afwerken waren er (veel) bijkomende middelen nodig. Het doel wettigde de middelen. Vandaar dat Zuster Aleydis een persconferentie belegde. Alle regionale kranten en tijdschriften waren onder de indruk van Zuster Aleydis' levenswerk. De titel in het volk (november 1990) vat alles perfect samen: "12 gehandicapten vinden t(e)huis in Vorselaar, 'de troon wil goedheid brengen'". Op de persconferentie slaagde ze erin de aandacht van haar persoontje af te houden en vooral op het tehuis te richten. En bovenal...zo lukte ze er ook in om de fondsen te vinden om het project af te maken. Dankzij een even groot vertrouwen in de goedheid van de medemens als in haar geloof tot God kreeg ze alles gedaan. Nu nog wordt verteld dat als Zuster Aleydis ten einde raad was, heel het budget opgebruikt en de werkmannen niet meer verder konden... ze zich vol vertrouwen tot God wendde in de kapel en dat na het gebed het nieuwe materiaal geleverd werd.
Met het oog op de verhuis naar Vorselaar verkreeg de Troon een uitbreiding tot 12 bewoners. Deze uitbreiding ging in op 1/9/91 (Zuster Aleydis had hiervoor reeds op 15 oktober 1987 en op 15 september 1988 een aanvraag ingediend).
'de instelling "De Troon', Schransstraat 51 te 2280 Grobbendonk, wordt erkend met ingang van 1 september 1991 tot 31 december 1993 als tehuis voor werkenden voor het opnemen, ten laste van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, van 12 mentaal gehandicapte vrouwen, bekwaam om een officieel erkende beschuttende werkplaats te bezoeken' (dd 1 augustus 1991, J. Lenssens, de gemeenschapsminister van welzijn en gezin).
Op 24 november 1990 verbleven er 12 bewoners in het huis van Grobbendonk. Op dat moment waren deze allemaal tewerkgesteld in de Zuidkempische Werkplaats.
Op 8 september 1992 zijn de bewoners van Grobbendonk naar het Sassenhout in Vorselaar verhuisd. "Het home moet zijn als een echte eindbestemming: van een thuis mag je ook verwachten dat je er geborgenheid vindt tot je dood... En de twaalf mindervaliden in 'De Troon' weten zich op die manier gevestigd" (Zuster Aleydis).
Op 27 juni 1993 het gebouw was net helemaal afgewerkt, het laatste bloemetje was in de hof gepland, ging Zuster Aleydis voor een consultatie naar het ziekenhuis... ze heeft het ziekenhuis niet meer levend verleden. "t Is eindelijk af, het is zo schoon en ik ben ziek...".. zou Zuster Aleydis gezegd hebben. Ze had nog vele plannen ...maar het heeft niet mogen zijn.
Kort voordien had Zuster Aleydis er zelf voor gezorgd dat abt Guy Beckers van Valdieu hier rustig is mogen sterven. Zelf al ziek waakte ze trouw aan zijn sterfbed.
Op 1 juli 1993 is Zuster Aleydis begraven. (op het kerkhof te Vorselaar)


Enkele merkwaardige uitspraken over Zuster Aleydis :

"Zuster Aleydis was een vrouw, die je vandaag bezig zag met de schop in de hof en 's anderendaags in Brussel haar woordje doen voor het tehuis."
"Zuster Aleydis bezat het charisma om het edelmoedig hart te raken van vele mensen en om vele verborgen krachten van goedheid te mobiliseren voor een concreet en waardevol doel" (gedachtenisprentje)

"Zuster Aleydis had een vast vertrouwen in de goedheid van de mensen, dat even onverwoestbaar was als haar geloof in God".

Over de architectuur van het nieuwe tehuis dat gebouwd wordt op het Sassenhout. Zuster Aleydis liet de architect (F. Schonken uit Nevele) niet zomaar wat tekenen.... Meer dan wie ook wist Zuster Aleydis wat goed was voor de bewoners van haar tehuis :

"Ten eerste moet je weten wat 'n gehandicapte is (hier gaat het over mentaal gehandicapten): iemand die in onze maatschappij anderen nodig heeft om te kunnen bestaan of in leven te blijven. Ge begrijpt het best als ge uzelf ervoor in de plaats stelt: ge verliest in korte tijd uw naaste familie en blijft als jong meisje plots alleen over. Ge kunt niet lezen of schrijven en weet dat ge 't niet aankunt met als gevolg 'n grote angst en depressie. Ge wordt in 'n psychiatrische instelling geplaatst en voelt u overgeleverd aan de anderen, en voelt u uitgestoten en uitgesloten.


Om zo iemand het gewone menselijke geluk waarop iedereen recht heeft en iedereen naar hunkert zoveel mogelijk terug te geven hebben we de nieuwbouw aangevat.
Het nieuwe tehuis wordt gebouwd vanuit een welbepaalde visie op 'gemeenschap' en op de persoonlijkheid van elke bewoner. De gemeenschap biedt steun en materiŽle hulp, er is een gezamenlijke eetzaal en een living, een wasserij, een ontspanningsruimte enz. Elke bewoner heeft bovendien een beperkte leefruimte met klein sanitair en een zit- en slaapkamer. Zo'n eigen kamer heeft een binnendeur die via de gang toegang geeft tot de gemeenschappelijke plaatsen. Maar er is ook voor iedereen een eigen 'buitendeur', naast de gemeenschappelijke ingang. Verder is er bewust gekozen voor laagbouw: trappen of een lift schrikken de meeste gehandicapten af, en "de Troon wil juist het tegengestelde van angst bieden: goedheid, geborgenheid en zekerheid in een familiale sfeer.
Een reden was ongetwijfeld ook dat men ťťn geheel wou vormen met de bestaande bouwstijl en anderzijds een complex wou inplanten dat beter in het streekkader past.
Een tweede reden was het streven naar een nog nauwer contact met de natuur, een contact dat zeker ook bij minder-validen verruimend werkt. Zo leren we 'houden' van moeder aarde en het schone zien en gelukkig zijn en ze zo min mogelijk verknoeien of vernielen
Een derde zelfs meer dwingende reden is het feit dat minder-validen doorgaans leven met 'n zeker angst of tenminste toch met een onzekerheid leven. Velen hebben ťcht schrik voor trappen of voor 'n lift; Zijzelf voelen best aan hoe ze door hun niet-zelfstandig kunnen functioneren eigenlijk ten dele overgeleverd zijn aan de goedwil van anderen. Dat gevoel kunnen wij ons niet voorstellen. Het is nodig dat ze kunnen rekenen op anderen en van hen zekerheid en geborgenheid ontvangen.
Aan deze noden trachten de zusters te beantwoorden vanuit de band met God die liefde is. Deze liefde beogen zij door te geven op mensenmaat en in mensengestalte. Zo krijgen deze mindervaliden een echte thuis. Trouwens 't is niet alleen geven ze krijgen van de 12 bewoners de meest essentiŽle waarden die men elders in onze maatschappij minder aantreft, namelijk vriendschap, genegenheid, eenvoud en echtheid.
(overgenomen uit door zr Aleydis eigenhandig geschreven notities)

"...want dit is volgens mij het ergste aspect van het mindervalide zijn : je steeds afhankelijk voelen van de goede wil van anderen. Vandaar het 'leidmotief' : 'Wat ik niet kan ...krijg ik..., Wat ik kan ...geef ik'. Hoe belangrijk deze 2 aspecten toch mogen zijn, toch ontbreekt het belangrijkste nog: de genegenheid of de liefde die alleen in staat is 'n mens gelukkig te maken. De bewoners moeten liefde ervaren: dat is op de eerste plaats voor hen: rechtvaardigheid, de grond van de liefde. Hierdoor hebben ze ook recht op geborgenheid en zekerheid. Deze zijn niet allereerst gegrond op de financiŽle tegemoetkoming of aftrek van belastingen. Dat zijn hulpmiddelen, en gelukkig dat die er nu zijn. Maar de echte geborgenheid komt uit het hart van een mens. En dan pas kan men zeggen: ik ben zeker van U. Zoals we zingen in het lied over God: Heer, mijn God ik ben zeker van U. Het is gewoon Godsliefde in mensengestalte en mensenmaat doorgegeven." ( Zr Aleydis).

De vzw de Troon werd in 1995 overgenomen door de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde. Deze hebben zich geŽngageerd om het levenswerk van Zuster Aleydis verder te zetten. In een later jaarverslag (1998) konden we lezen: het gezinsvervangend tehuis stelt zich ook open voor elke hulpvraag waar niet meteen een regulier antwoord voor voorhanden is en waar het tehuis binnen zijn werking antwoord kan op geven. Een engagement dat tot op vandaag blijft bestaan.
Dit lijkt me het grootst denkbare eerbetoon dat Zuster Aleydis gegeven kan worden.


 

Valid HTML 4.01 Transitional   Valide CSS!